Waarom een campagne?

Leger des Heils voert in heel Europa campagne tegen mensenhandel

Mensenhandel is een van de grootste sociale misstanden van onze tijd. Mannen, vrouwen en kinderen worden worden gedwongen om als slaaf te werken. Zij zijn volledig beroofd van hun vrijheid en mensenrechten. Er zijn meer dan een miljoen slachtoffers in Europa. Een humanitaire ramp met verwoestende gevolgen voor de slachtoffers en hun families. Daarom voert het Leger des Heils campagne tegen mensenhandel en uitbuiting.

Het Leger des Heils is zeer betrokken bij het bestrijden van mensenhandel, zowel in Europa als wereldwijd. We doen er alles aan om te voorkomen dat mensen verhandeld worden. We beschermen slachtoffers en helpen hen bij hun re-integratie in de samenleving. In ons werk zijn we vaak getuige van de ernstige traumatisering en gewelddadige exploitatie van slachtoffers. Wij strijden tegen alles wat mensenlevens kapot maakt. Daarom zijn we in 2019 gestart met een campagne tegen mensenhandel. Dat doen we in heel Europa. Allereerst om mensen bewust te maken van dit grote onrecht. Maar uiteindelijk als doel een eind te maken aan deze misstand. De campagne stuurt concreet op:

  • Het terugbrengen van het aantal slachtoffers uit landen vanwaar mensen worden verhandeld. De ‘aanbod-landen’ in met name Oost-Europa.
  • Het stoppen van de vraag in ontvangende landen. Daar worden mensen als moderne slaven uitgebuit. Veelal in de seksindustrie en op de arbeidsmarkt.

In de campagne worden advertenties in print en op sociale media gebruikt. Die advertenties moeten een zo groot mogelijk publiek bereiken. Achter de simpel ‘aanklikbare’ en ogenschijnlijk veelbelovende advertenties, wordt informatie gegeven over de realiteit van moderne slavernij en mensenhandel. In ‘aanbod-landen’ onthullen de advertenties de risico’s die achter veel aanbiedingen op een ‘fantastische job’ schuilgaan. In ‘vraag-landen’ wijst de campagne op de menselijke tragedies van moderne slavernij. Aanbiedingen die te mooi lijken om waar te zijn, zijn dat meestal ook!

Maar wie betaalt de prijs?